Het jaar 2016 laat zien dat onze inspanningen op het gebied van leefbaarheid - indachtig de accenten van het coalitieakkoord uit 2014 - over de volle breedte goede resultaten opleveren. Het programma houdt enerzijds in: de basis op orde (schoon, heel, veilig, groen, gezond) en anderzijds werken aan de duurzame stad. We hebben duidelijk in beeld wat goed gaat en wat beter kan. Wij hebben ook inzichtelijk wat een goed basisniveau qua inzet van ons verlangt. En we slagen er steeds beter in om de boel op orde te brengen en te houden. Maar wij staan ook op een kruispunt richting toekomst, met als uitdaging: hoe houden wij voeling met wat onze bewoners bezighoudt en hoe anticiperen wij op wat er in de wereld gebeurt en wat dat van onze stad vraagt?

In 2016 is er stevig geïnvesteerd in kwaliteit. Op het gebied van veiligheid, groen, fysiek beheer, parkeren en sport hebben wij onze opgaven scherp in beeld en weten wij waar de knelpunten zitten. Denk aan groot onderhoud van het groen, digitaal betalen van parkeren in de stad en de energietransitie op de particuliere woningmarkt. Onze inzet op het gebied van veiligheid werpt vruchten af, getuige de positieve score op veiligheidsbeleving van onze inwoners. Maar het is belangrijk dat wij de vinger aan de pols houden. Met de aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft Tilburg een serieus probleem in de haarvaten van de stad te pakken, dat probleem oplossen is echter ingewikkeld en vraagt tijd.
De duurzaamheidsgedachte is een belangrijk incentive voor de verandering die wij willen inzetten. Dat is op veel terreinen merkbaar en leidt reeds tot duidelijke resultaten. De hoeveelheid groen en water in/om de stad (klimaat) neemt toe. Dit gebeurt nog niet zo rigoureus als wij zouden willen maar de start is gemaakt. Wij bieden ruimte aan schone energie, stimuleren goede isolatie van bestaande woningen (CO²-neutraliteit) en verfijnen onze wijze van afvalscheiding steeds verder.

Uiteraard zijn er ook zorgen. Wij moeten ervoor waken dat we niet teveel in de modus van het hier en nu blijven. De stad is immers nooit af. Schone, veilige, groene wijken vragen veel inzet, en van meer partijen dan alleen de overheid. 2016 laat een aantal terugkerende problemen zien waarvoor blijvende aandacht nodig is, zoals de toename van gewelddelicten, jeugdoverlast, moeizame vergroening van de bestaande stad, vervuiling, inzet van sportverenigingen bij het faciliteren van ongebonden sporten.
De behoeftes op wijk- en buurtniveau sluiten niet aan bij de ambities van de stad als geheel en dat is een groter wordende zorg. Dat moet beter, meer in elkaars verlengde blijven liggen. Want een bruisende stad draait op levendige wijken. De algemene tendens dat de leefbaarheid weer terugloopt in een aantal achterstandswijken is ook in onze stad merkbaar en daarom een aandachtspunt. Denk aan 't Zand en Korvel. De andere, minder sturende rol van de overheid leidt er vooralsnog niet toe dat verantwoordelijkheden automatisch elders worden opgepakt. Op het gebied van duurzaamheid is dit bijvoorbeeld merkbaar. Dat maakt een stevigere strategie op gedragsverandering wenselijk.

In het geheel genomen is het beeld over 2016 echter positief, ook al lukt nog niet alles meteen en overal even goed. Sommige kwesties vragen langere adem en dat moet ook kunnen. Zeker in dit domein is leren door vallen en opstaan, en open staan voor anderen belangrijk. Simpelweg omdat wij niet alles alleen kunnen of willen bepalen. Uitdaging blijft om de ingezette koers op de overkoepelende thema's vast te houden, met daarin ruimte voor aanscherping en oog voor het benodigde publieke en bestuurlijke draagvlak.

Meer specifiek vertaald naar de verschillende domeinen binnen het programma geeft 2016 het volgende beeld:

Wijken
Met onze inzet in de wijken boeken wij nog steeds goede resultaten. Toch zijn er ontwikkelingen, in het land en elders, die stemmen tot nadenken over de toekomst van het wijkgericht werken. Er zijn minder financiële mogelijkheden om allerlei zaken aan te pakken; het verschil tussen wijk en stad groeit; de samenstelling van de bevolking verandert; de tweedeling in de maatschappij is groeiende en een groot aantal bewoners heeft nog maar weinig vertrouwen in de overheid. Overal hoor je de roep om meer zeggenschap over en invloed op het eigen leven en de directe omgeving. Daar moeten wij uiteraard iets mee doen in het wijkgericht werken. Voorop staat dat wij in contact met de bewoners blijven en de energie in de wijk optimaal benutten.

Duurzaamheid, milieu en afval
Over onze aanpak op het gebied van duurzaamheid, milieu en afval zijn wij meer dan tevreden. Tilburg goed scoort op biodiversiteit, circulaire economie, duurzame energie, groen en water. Dat blijkt uit de duurzaamheidsbenchmark van onderzoeksinstituut Telos. De energietransitie in de bestaande woningvoorraad gaat nog wat moeizamer, maar het algemeen beeld is positief. Toch blijft er ook iets te wensen. Het blijkt lastig om de particuliere sector over de streep te trekken en het zelfinitiatief zó te bevorderen dat er een bredere duurzaamheidsbeweging op gang komt, waarbij de overheid niet alleen aan het roer staat. Het bewerkstelligen van een daadwerkelijke gedragsverandering op dit terrein is dan ook de uitdaging.

Veiligheid
Over de hele linie behalen wij goede resultaten met onze veiligheidsaanpak. Het is het tweede jaar dat wij niet langer in de top tien van onveilige steden staan. Ook het gevoel van veiligheid bij onze burgers neemt toe. Succes op het terrein van sociale veiligheid vraagt permanent een vinger aan de pols en continu mee ontwikkelen. Helaas liggen er ook dreigingen op de loer, want onze stad kampt nog steeds met een toename van het aantal gewelddelicten en jeugdoverlast. De verwevenheid met het criminele circuit in onze stad is zorgelijk. Deze problemen laten zich niet eenvoudig oplossen en vragen uithoudingsvermogen. Om te voorkomen dat onze huidige inzet verslapt, vraagt financiering van ondermijnende criminaliteit op de langere termijn dan ook nu aandacht. Een meerjarige aanpak is nodig voor dit hardnekkig, diep geworteld maatschappelijk probleem.

Openbare ruimte
Wij hebben inmiddels aardig in beeld wat het onderhoud van de openbare ruimte vraagt aan inspanning van onze organisatie (en de bewoners). Naast aandacht hebben voor het kwaliteitsniveau en problemen in het hier en nu, willen/moeten wij ook anticiperen op wat er komen gaat. Dat doen wij door middel van klimaatadaptatie, meer groen en water in nieuwe plannen en zorg voor biodiversiteit. Dat alles samenbrengen in een planning is een hele toer. De begrippen schoon, heel, veilig, groen en gezond vormen nog steeds een prima richtsnoer, maar meer inkleuring op de uitvoering is gewenst. Hoe schoon, veilig en heel bedoelen wij precies op wijkniveau en sluit dat dan aan bij de behoefte van de stad? 2016 toont dat het moeilijk is (en zal blijven) om binnen een bepaalde termijn - en binnen het daarvoor bestemde budget - alle gewenste en noodzakelijke zaken uitvoer te voeren. Hoe sturen wij bij en stellen wij prioriteiten? Dat zijn de vragen waarmee wij in 2017 aan de slag moeten.

Sport
2016 laat zien dat onze inspanningen om de sportexploitatie inzichtelijk te krijgen, hebben gewerkt. Het algehele beeld op het gebied van sport is inmiddels goed. Zo zien wij dat de structurele sportdeelname in de stad onverminderd hoog is en het ongebonden sporten (buiten verenigingen om) toeneemt. Ook zette Tilburg zich in 2016 weer op de kaart als Europese sportstad. De tijd is rijp om te beginnen met het formuleren van een bredere missie. Dit met de bedoeling om ook de inzet op andere beleidsterreinen gecoördineerd van de grond te krijgen.