Treasurybeleid gaat over het beheer van het geld van de gemeente in relatie tot de financiële markten. In deze paragraaf wordt ingegaan op het treasurybeleid en de wijze waarop dit in 2016 is uitgevoerd. Het beleid is vastgelegd in de Uitvoeringsregels Treasury 2012.

Treasury algemeen
Het jaar 2016 werd gekenmerkt door lage rentes. De 10-jaars staatsrente – maatstaf voor rentes met een lange looptijd - is in 2016 gedaald. Aan het begin van het jaar bedroeg deze 0,8%, aan het einde van het jaar was dit percentage 0,36%. Ook de korte rente is gedaald in 2016. De driemaands euribor rente – maatstaf voor rentes met een korte looptijd - was aan het begin van het jaar -0,13% en aan het einde van het jaar -0,32%. We hebben dus te maken met negatieve rentes.
Belangrijke oorzaak van de met name lage korte rente vormt het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Aan het eind van het eerste kwartaal van 2016 heeft de ECB besloten de zogenaamde herfinancieringsrente te verlagen van 0,05% naar 0% en de depositorente van -0,3% naar -0,4%. Banken zetten hun tijdelijk liquiditeitsoverschot verplicht weg bij de ECB tegen deze depositorente. Deze rente is van invloed op kortgeldtarieven waartegen gemeenten kas- en daggeldleningen aantrekken. Ook dit kortgeldtarief is negatief.

Financieringsresultaat
Het financieringsresultaat binnen onze gemeente wordt in grote lijnen als volgt bepaald. Aan de boekwaarde van de investeringen en verstrekte leningen wordt omslagrente toegerekend. Deze omslagrente vormt een onderdeel van de kapitaallasten van de investeringen. Het omslagrentepercentage is bepaald op 3,5%. Deze rentelasten van de investeringen worden als opbrengst verantwoord op het product financiering. Daartegenover staat dat op de reserves rente wordt bijgeschreven. Meestal is dit ook 3,5%. Deze bijschrijving van rente vormt een rentelast op het product financiering. Ook de rentelasten van de opgenomen leningen worden verantwoord op dit product, naast de kosten van het opnemen van leningen en bankkosten. Daarnaast kan er nog sprake zijn van overige rentebaten (voortvloeiend uit bijvoorbeeld rente op langlopende vorderingen, ontvangen wettelijke rente).

Wijziging Besluit Begroting en Verantwoording.
Een belangrijke ontwikkeling in 2016 die van invloed is geweest op het financieringsresultaat is de wijziging in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Deze wijziging heeft betrekking op de toerekening van rente aan grondexploitaties. Dit percentage was 0,28% in plaats van de geraamde 3,5%.
Vanaf 2018 volgt nog een BBV-wijziging die gaat over de rentetoerekening in het algemeen. Zo moet het te hanteren percentage omslagrente gebaseerd zijn op de werkelijke rentelasten. Ook het rentepercentage dat gebruikt wordt om de toerekening van rente aan reserves te berekenen wordt anders bepaald en meer gebaseerd op de werkelijke rentelasten. Het wel of niet bijschrijven van rente op reserves wordt overigens een keuze. De effecten hiervan nemen wij vanaf de Programmabegroting 2018 mee.

Renterisicobeheer
Het Rijk heeft regels opgesteld voor het beheer van geld en kapitaal door gemeenten en provincies. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld we als gemeente mogen lenen is afhankelijk van de hoogte van de begroting. Belangrijke begrippen in de Wet fido zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld we mogen lenen met een looptijd van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm heeft als doel het renterisico te beperken, door aflossingen op opgenomen leningen te spreiden.

Renterisiconorm
De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal en bedroeg over 2016 € 178,5 mln.. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal en bedroeg over 2016 € 75,9 mln. Beide limieten zijn in 2016 niet overschreden. Het bedrag aan aflossingen bedroeg € 7,4 mln. Hiermee bleven we ruim onder de renterisiconorm van € 178,5 mln..
In 2016 is conform de uitvoeringsregels Treasury 2012 vier maal een rentevisie vastgesteld. De rentevisie is een belangrijk instrument bij beslissingen over het aantrekken van langlopende leningen.

Kredietrisicobeheer

Opgenomen Langlopende leningen
In 2016 zijn geen langlopende leningen opgenomen. De liquiditeitsontwikkeling gaf hier geen aanleiding toe.
De rentelast over de langlopende leningen bedroeg in 2016 € 1,9 mln.. Mogelijkheden tot vervroegde aflossing van opgenomen langlopende geldleningen waren, behalve de hieronder genoemde, in 2016 niet aanwezig.

Uitgezette langlopende leningen
Woningcorporatie TIWOS heeft aan de gemeente € 1,2 mln. vervroegd afgelost. Hiertegenover stond een lening van € 1,2 mln. die de gemeente had opgenomen bij de BNG bank (Bank Nederlandse Gemeenten) . Deze lening hebben we ook afgelost.
De door de gemeente aan woningcorporatie Vestia verstrekte lening van bijna € 1,5 mln. is door Vestia aan ons afgelost. Daartegenover staat, dat wij de voor hetzelfde bedrag van de provincie opgenomen lening ook hebben afgelost. Tenslotte heeft Enexis een door ons verstrekte lening van € 18,7 mln. al in april afgelost. Oorspronkelijk zou deze lening pas in oktober worden terugbetaald.

Liquiditeitsontwikkeling
Op 1 januari 2016 was er een liquiditeitstekort van circa € 29 mln.. Eind december 2016 was er sprake van een liquiditeitsoverschot van circa € 9,8 mln.. Dit is het gevolg van (per saldo) meer ontvangsten dan uitgaven.
Het liquiditeitstekort aan het begin van het jaar is zoveel mogelijk afgedekt met dag- en kasgeldleningen. Het overschot dat in de loop van het jaar is ontstaan, is afgestort in de rijksschatkist vanwege het verplicht schatkistbankieren. Door de lage rentestand wordt over tegoeden in de schatkist geen rente vergoed. Over de in het begin van het jaar opgenomen kasgeldleningen werd aan ons een negatieve rente in rekening gebracht. Dit betekende dus dat we rente ontvingen over opgenomen kasgeldleningen.
De belangrijkste oorzaak van het ontstaan van een liquiditeitsoverschot is de opbrengst uit grondverkopen. Ook de eerder genoemde vervroegde aflossing van € 18,7 mln., die Enexis deed op een door de gemeente verstrekte lening, droeg bij aan het overschot. Daarnaast werd aan het eind van het jaar een subsidie van € 6,8 mln. van de provincie ontvangen en ontvingen we nabetalingen van het Rijk in het kader van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

In onderstaande grafiek staat het werkelijke liquiditeitsverloop over 2016 ten opzichte van de prognose.

Hieronder staan enkele kerngegevens over de opgenomen en uitgezette leningen.

x € 1 mln.

Uitgezet

Opgenomen

1 januari 2016

€ 63,0

€ 90,6

31 december 2016

€ 40,6

€ 83,3

Kerngegevens portefeuille

Totaal aflossingen 2016

€ 22,9

€ 7,4

Totaal uitgezet / opgenomen nieuw

€ 0,5

0

Gemiddelde rente

4,54%

2,19%

Gemiddelde restant looptijd

8,36

6,18

Laagste rente

0%

0%

Hoogste rente

5,4%

5,4%

Binnen één jaar vervalt

€0,9

€14,5

Schatkistbankieren
Per 16 december 2013 is de regeling schatkistbankieren decentrale overheden ingevoerd. Dit houdt in dat overschotten aan liquide middelen moeten worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Hiervoor geldt wel een drempelbedrag. Voor de gemeente Tilburg betekende dit in 2016 dat liquide middelen onder een bedrag van € 4,5 mln. niet hoefden te worden afgestort. We hebben de drempel in 2016 niet overschreden. Gemiddeld bedroeg het bedrag dat in 2016 in de schatkist was afgestort ruim € 20 mln.. Aan het einde van het jaar was er € 7,5 mln. in de schatkist gestort. In de toelichting op activa in de balans is de verplichte toelichting op de drempel en de benutting daarvan opgenomen.

Beleggingen
Nieuwe beleggingen zijn er niet geweest in 2016. Momenteel is er slechts één echte belegging. In 2000 hebben we onze aandelen in het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten verkocht. Een deel van de opbrengst is belegd in een garantieproduct van de ING. (Omdat op de totaal ingelegde som een hoofdsomgarantie is afgegeven is deze belegging Fido-proof.) Een deel van de totaal ingelegde som is als belegging gestort in het ING Duurzaam Rendementsfonds (71.566 aandelen met aankoopkoers € 23,25). De looptijd is 21 jaar met een einddatum van 4 januari 2021. Tussentijdse verkoop is niet mogelijk gelet op de vereiste cashflows om de begroting sluitend te houden. De koers van het aandeel bewoog zich in 2016 tussen € 24,65 en € 31,04. De koers op 31 december 2016 bedraagt € 30,69. Het totaal aantal aandelen, inclusief in voorgaande jaren ontvangen aandelen als dividend, bedraagt 76.861,89 per 31 december 2016. De waarde hiervan bedraagt € 2,4 mln..