Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De jaarrekening is opgemaakt volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld.
Spelregels over waardering en afschrijvingsbeleid zijn vastgelegd in de Financiële beheersverordening 2015 en in de Uitvoeringsregels activa 2012.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum gerealiseerd zijn. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

De dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten wordt wel een verplichting opgenomen.

De uitkering gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming.

Met ingang van 2016 zijn nieuw verslaggevingsvoorschriften vanuit het BBV in werking getreden voor de grondexploitatie. Wij hebben in de toelichting op de voorraden (gronden) in een extra kolom het financieel effect per 1 januari 2016 hiervan opgenomen en toegelicht.

De verplichte balans-rubrieken uit het BBV die niet van toepassing zijn voor onze gemeente, zijn niet in de balans gepresenteerd.

Grondslagen voor waardering

Stelselwijzigingen
In het boekjaar 2016 hebben wij geen stelselwijzigingen doorgevoerd. De doorgevoerde BBV-wijzigingen voor de grondexploitatie zijn in het boekjaar verwerkt. In het verloopoverzicht van de gronden onder de post voorraden is wel expliciet de mutatie per primo balansdatum opgenomen ten behoeve van de inzichtelijkheid.

Vaste Activa
De immateriële en materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de berekende afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Op alle nieuwe activeringen met economisch nut vanaf 2004 is de bruto-waarderingsmethode van toepassing, volgens de dan geldende voorschriften van het BBV. Dit betekent dat bijdragen van derden niet in mindering worden gebracht op de investering maar als (beklemd) vermogen onder de reserve kapitaallasten zijn opgenomen.

  • Materiële vaste activa

Materiële vaste activa met een economisch nut en een aanschafwaarde > € 25.000,- worden altijd geactiveerd.

In erfpacht uitgegeven gronden
In Tilburg hebben we de volgende erfpachtvormen:

  1. eeuwigdurend met afkoopsom, deze worden tegen registratiewaarde opgenomen.
  2. eeuwigdurend met jaarlijkse canon, deze worden tegen registratiewaarde opgenomen.
  3. voortdurend met afkoopsom, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
  4. voortdurend met jaarlijkse canon, deze worden eveneens tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.

Voor de eeuwigdurende canon (onder 2) is onder Financiële Vaste Activa een langlopende vordering gelijk aan de eerste uitgifteprijs opgenomen. De ontvangen afkoopsom voor de voortdurende erfpacht (onder 3) is als vaste schuld verantwoord (rentetypisch > 1 jaar). Gedurende de looptijd valt hiervan een evenredig deel vrij ter dekking van de toegerekende rente aan het activum.

Overige investeringen met economisch nut
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikname lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Volledigheidshalve vermelden wij dat op investeringen die vóór 2008 gedaan zijn soms extra is afgeschreven zonder economische noodzaak (ter verlichting van toekomstige lasten). Ook zijn in voorkomende gevallen reserves op dergelijke investeringen afgeboekt.

Investeringen met maatschappelijk nut
Materiële vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden (netto) geactiveerd tenzij ze in het Meerjaren Onderhoudsprogramma Openbare ruimte zijn opgenomen waarmee ze direct ten laste van de exploitatie in enig jaar verantwoord worden. In geval van activering moeten de boekwaarden van investeringen in maatschappelijk nut nadrukkelijk als nog te dekken investeringsrestanten worden gezien. Afschrijving vindt lineair plaats.

Afschrijvingsbeleid
De afschrijving op activa vindt lineair plaats. In uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld vanuit externe voorschriften, wordt een andere methode gehanteerd. Op gronden vindt geen afschrijving plaats. Voor gebouwen geldt vanaf 2007 een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Voor parkeergarages geldt vanaf 2009 ook een afschrijvingstermijn van 40 jaar. De belangrijkste afschrijvingstermijnen zijn hieronder opgenomen:

Activasoort

Categorie

Afschrijvingstermijn
in jaren

Gebouwen

Ondergrond

Geen afschrijving

Opstal

40

Semi permanent

20

Grond- en sloopwerken

30

Rioleringen

30

Wegen, straten en pleinen

Asfaltverharding

20

ZOAB en geluidsreducerende deklagen

7

Betonverharding

30

Open verharding

20

Parkeergarages

40

Verbouwing en technische installaties

10

Machines

10

Vaste inrichting / stoffering

10

Meubilair inventaris

10

Computerapparatuur

3,5 tot 5

Vervoermiddelen en gereedschappen

Algemeen

5

Huisvuilwagens

10

Sportterreinen

25

Kunstgrasvelden

Bovenlaag

10

Onderlaag

30

Activa die zijn geleased op basis van een financial leasecontract zijn geactiveerd onder opname van een schuld op de balans voor de te betalen leasetermijnen. Operational lease wordt niet als actief in de balans verwerkt. De omvang van de langjarige verplichtingen die zijn aangegaan worden in de toelichting op de balans vermeld.

  • Financiële vaste activa

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.
Van een deelneming is sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV of anderszins risicodragend vermogen verschaft.

Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde, op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarde, moet bijdragen aan de publieke taak.

Vlottende Activa

  • Voorraden

Door de nieuwe BBV-regels voor de grondexploitatie is de balanscategorie Niet in exploitatie genomen bouwgronden (NIEG) niet meer opgenomen. Overigens had gemeente Tilburg deze NIEG per ultimo 2012 al volledig afgewaardeerd.

Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerkosten. Winsten uit grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingsprijs in mindering gebracht.

Indien verlies wordt verwacht is een voorziening op nominale waarde getroffen die in mindering is gebracht op de waardering van het onderhanden werk. Tot 2016 werd de voorziening getroffen op netto contante waarde.

Grondbank (met en zonder transformatie) is met ingang van 2016 een nieuwe, door de BBV voorgeschreven categorie en wordt gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs.

De overige voorraden (magazijnvoorraden en gerede producten) zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs/ vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde.

Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarden. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte inningskansen.

  • Liquide middelen

Liquide middelen zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste Passiva

  • Reserves

De reserves bestaan uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. Spelregels over reserves zijn vastgelegd in de Financiële Beheersverordening 2015 en de Uitvoeringsregels reserves en voorzieningen 2012.

  • Voorzieningen

De voorzieningen betreffen schattingen van voorzienbare lasten in verband met risico's en verplichtingen, waarvan de omvang onzeker is en welke oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voormalig bestuur is voor het gedeelte dat betrekking heeft op voormalige collegeleden berekend op actuariële waardebasis uitgaande van de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. Het gedeelte met betrekking tot voormalige raadsleden is bepaald op nominale waardebasis. Verder worden de volgende voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde: voorziening voormalig personeel, , voorziening aankoop Piusplein 1, voorziening aankoop kunstcluster.
De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn.

  • Vaste Schulden

Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende Passiva
De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Borg en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn is, buiten telling van het balanstotaal, het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.

Bedragen in de jaarrekening
Bedragen in de jaarrekening in de balans zijn opgenomen in miljoenen euro's. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop zijn in duizenden euro's opgesteld tenzij anders is aangegeven.